Ulawatu
6 november 2025 - Pecatu, Indonesië
Uluwatu is kennelijk erg heuvelachtig en dat merkten we. Onze taxi kon al bijna niet bij het hotel komen omdat het zo stijl is en ook onze benen en zweetklieren protesteerden. Eenmaal beneden bij de grote straat aangekomen, vielen er een paar dingen op: er is geen authenticiteit meer te bekennen. Alles is gemaakt voor de westerse toerist. Daarnaast zijn er ontzettend veel mieren en wordt er gebouwd met bamboo in plaats van met metaal. Wat een goed idee! Super duurzaam en het ziet er ook nog eens een stuk leuker uit dan al die metalen stellingen. De mieren vind ik trouwens ook leuk. Behalve als de mega grote mieren hapjes beginnen te nemen van mijn tenen. Net als een soort vissenspa. Soms bijten ze alleen iets te hard.
Na wat boodschapjes gedaan te hebben, had Evelien nieuwe slippers nodig en liepen we naar een artmarket. Dat viel tegen want art was er niet te bekennen. Alleen een stuk of tien souvenirkraampjes met precies dezelfde souvenirs. Aangezien de buitentemperatuur de honderd graden al bijna bereikt had, vonden we het wel weer genoeg activiteit voor de ochtend en lieten we ons terugbrengen met twee scooters. De heuvel af naar beneden gleden we namelijk al bijna uit onze slippers, dus voor de weg terug naar boven betaalden we graag die euro per persoon.
Eenmaal terug kon het grote niks doen weer beginnen. We hebben een lekker huisje met prachtige tuin en zwembad. Een eindje buiten de drukte, dus absoluut geen straf om daar een paar uurtjes te vertoeven.
Na wat spelletjes gedaan te hebben en het zwembad ingedoken te zijn, begaven we ons weer naar beneden, de heuvel af. Het was namelijk tijd voor de zonsondergang op padang padang beach. Er scheen helaas geen zon, dus er was geen zonsondergang, maar het strand was wel mooi. Veel rotsen en paadjes om te verkennen en ook gewoon een mooi uitzicht. Gelukkig was het niet zo druk als we hadden verwacht en waren er helaas ook minder aapjes dan beloofd. Ik ben hier nu al zeker twee weken en ik heb nog geen wilde aap gezien. Het moet niet gekker worden!
Wat we hier wel veel zien -teveel, zou ik durven zeggen- zijn gore naakte plakkerige westerlingen met een bilnaad waar je een brief in kan posten, of een bikinibroekje die net de anus bedekt. En zo lopen zo ook gewoon rustig over straat. Het is hier geen Turks resort mensen! Dat is ook eigenlijk een groot deel van het probleem dat ik heb met Bali. In Nederland willen we allemaal dat alle buitenlanders meegaan in onze cultuur, maar Bali wordt overspoeld door expats en influencers die het allemaal zo westers mogelijk willen hebben. Westers eten, westerse winkels, westerse beachclubs en noem maar op. De lokale cultuur wordt aan de kant geschoven om plaats te maken voor een nog grotere spa of tattooshop. Daarnaast voel ik me er oncomfortabel bij dat zo goed als alle mensen die een service afnemen wit zijn, terwijl alle mensen die aan het werk zijn Indonesisch zijn. Zo zitten de restaurants vol met witte mensen die als koningen en koninginnen behandeld worden, en zijn het de Indonesiërs die het op wenken bedienen doen.
Oké, dat was mijn rant over Bali. Nu terug naar de rest van de dag. Maar die was er eigenlijk niet. Na het strand hebben we bij een kleinschalig thais/Indonesisch restaurant gegeten en hebben we de taxi naar ons mooie huisje terug genomen. Eenmaal thuis heb ik mijn tokeh-lokgroep nog geoefend, maar het mocht niet baten. Wederom heb ik ze alleen maar gehoord, maar nog geen een gezien. Sad.
De volgende dag hadden we al vroeg een tempelbezoek op de planning staan. ‘s Avonds zou er een kecak dans zijn. Een traditionele balinese dans. Het leek ons echter een erg massaal en toeristisch gebeuren en tevens waren we niet onder de indruk van de fragmenten die we online hadden opgezocht. Het voordeel hiervan was dat we daar dus niet heen hoefden en we dus ‘s ochtends de tempel bijna voor onszelf hadden. Wat er vooral opviel aan de tempel, waren de apen. Waar we er nog geen gezien hadden, zagen we er nu iets teveel. Het is ook nooit goed. Overal kwamen apen vandaan die niet bang waren voor mensen. Soms renden ze zelfs een stukje achter je aan. Deze aap was ook niet bang voor hoogtes.
Verder was de tempel zelf niet zo bijzonder, maar was het uitzicht wel prachtig. De tempel was namelijk gebouwd op de rand van een klif. We konden een heel stuk langs de klifrand lopen. Dat was heel mooi, maar ook bloedje heet. Ondanks dat we hoog aan de rand van een klif liepen, was er weer geen zuchtje wind. Sinds dat we van de boot afstapten, heeft de wind ons nog niet gevonden. Hopelijk hebben we in de filipijnen meer geluk, want zelfs ik heb het af en toe goed warm en Evelien weet steeds niet of ze in vaste of in vloeibare vorm thuis gaat komen. Eenmaal terug bij ons huisje zijn we dan ook gelijk het zwembad ingesprongen. Het zwembad is nu dus 80% water en 20% zweet. Uiteraard ging het toen regenen en werd het een stuk koeler.
Voor die middag hadden we voor de verandering wat actiefs gepland: een surfles. Drie jaar geleden hebben we dat ook gedaan en ik was vergeten hoe leuk het eigenlijk is. Onze instructeur was dit keer ook erg fijn. Evelien en ik gingen om en om, waardoor de ander soms even een minuutje uit kon rusten. Dat was wel nodig ook, want aan het eind kreeg ik mijn armen bijna het water niet meer uit en werd ik duidelijk uitgelachen. Het surfen ging daarentegen steeds beter. Na een paar minuten had ik mijn balans gevonden en kon ik vrijwel elke keer blijven staan. Veruit het moeilijkste deel van de les was het aan wal komen. De golven bij het strand waren ondertussen erg hoog en de stroming sterk. Hierdoor werd ons surfboard elke keer weer terug de zee ingetrokken. Als een soort aangespoelde walvissen kwamen we uiteindelijk het strand op. Met heel veel zand op plekken waar je niet dacht dat zand zou kunnen komen. Het surfen zelf was in ieder geval wel voor herhaling vatbaar. Helaas hebben we er geen foto van, want zoals Evelien me er lachend op wees: ik ben mijn go pro vergeten.
Om van het strand weg te gaan moesten we een hoge heuvel oplopen. Helaas waren we zo moe dat zelfs de tien trapreden naar de heuvel toe al moeizaam gingen. Gelukkig wordt onze luiheid in dit land goed gefaciliteerd, want nog geen tien meter verder stonden al wat grab (Aziatische uber) chauffeurs te wachten met scooters. Wij stapten op twee scooters achterop en reden via de binnenroute naar het hotel. Erg leuk om zo te reizen. Af en toe vond ik het best spannend, maar dan bedacht ik me dat de lokale bevolking hier net zo goed kan scooterrijden als dat wij in Nederland kunnen fietsen. Natuurlijk zegt dat momenteel niet zo veel, aangezien ik vorige week nog van mijn fiets gekieperd ben. Gelukkig bewezen zij wat capabeler te zijn en zijn we heelhuids aangekomen.
Maar daar stopte onze luiheid niet. We waren nog steeds zo moe dat we niet meer van de berg af wilden om eten te zoeken. Maar gelukkig is daar grab! Want behalve taxidiensten, doen zij ook thuisbezorgd. Zo hebben we voor nog geen €7 voor ons beide eten besteld bij een Indonesisch tentje en werd het zo bij de deur afgeleverd. Ja, wij vonden dit toppunt van luiheid ook een beetje genant. Na het eten ben ik nog even het zwembad ingesprongen in een poging de drie kilo zand weg te spoelen. Ik heb echt mijn best gedaan, maar helaas tevergeefs. Er zit nog steeds zand in mijn haar.
Foto’s
3 Reacties
-
Marijke:6 november 2025Wat kun je toch goed schrijven Nina! En ook nog eens maatschappelijk relevant. En grappig!
-
Louise:7 november 2025Heel leuk geschreven weer Nina. Ik geniet ervan! Kan me de Grab nog herinneren. Goede uitvinding. Lekker lui blijven hoor ;-)
-
Bianca:7 november 2025Weer erg leuk om te lezen! En dan die go pro....die missen we wel!






